zaterdag 18 maart 2017

Over zwerfvuil en ander struisvogelgedrag

Afgelopen weekend organiseerden het gemeentebestuur en de Jeugdraad een nieuw zwerfvuilopruimactie. Dat zo een actie überhaupt nodig is, moet tot nadenken stemmen. Want hoe verklaar je dat iedereen verontwaardigd reageert, maar bermen en bossen vol liggen met blikjes, lege sigarettenpakjes, etensresten, om maar te zwijgen van lege gasflessen en afgedankte autobanden?

Mensen die hun afval ergens gaan dumpen, getuigen alleen maar van kortzichtig egoïsme. Ze geven minder uit aan huisvuilophaling, aan containerpark, een mooie besparing, denken ze. Maar niets is minder waar, want ze betalen op lange termijn een dubbele prijs: er is niet enkel de maatschappelijke kost van het opruimen van de vervuiling (een algemene kost, dus ook de hunne), maar ook deze van de blijvende schade aan het milieu. Dat ze die kost gewetenloos doorschuiven naar volgende generaties, heeft zelfs iets misdadigs.

De zwerfvuil opruimacties legden nog een andere vaststelling bloot: hoe de volwassenen uitblonken door afwezigheid. Laat de jongeren maar opruimen, dat leert hen verantwoordelijkheidszin (en in gedachten: ze hebben waarschijnlijk toch ook voor het grootste deel van die afval gezorgd). En zo hebben ze ook een zinvolle bezigheid en hangen ze niet ergens 'zomaar' – nutteloos – rond. Het kost de maatschappij ook niks, lekker meegenomen.
Maar of ze 'de jeugd van tegenwoordig' op die manier het goede voorbeeld geven, dat is maar zeer de vraag.

Sterk staaltje van struisvogelgedrag is het in elk geval: als ik het niet zie, dan bestaat het niet. Tot het te laat is. Maar dan zij waarschijnlijk dood of te dement om nog de verantwoordelijkheid te dragen?


zaterdag 19 maart 2016

Open brief aan Gwendolyn

Ja, ik ben een liberaal. Een overtuigde liberaal zelfs. Toen u nog in de pampers rondliep, was ik al overtuigd.

En nu ben ik geschrokken door uw – zoveelste – harde standpunt. Dit keer ten overstaan van mensen die omwille van gezondheidsredenen, moeten afhaken en geen actieve bijdrage meer kunnen leveren aan het Belgische verzorgingsmodel.

Ik kan het niet anders zeggen: u volgt blindelings en als een schoothond het discours van de N-VA, die de ontmanteling van de sociale zekerheid doelbewust gebruikt als wapen om de Belgische staat te ondermijnen. U loopt hen achterna omdat uw eigen Open VLD een partij zonder ideeën en zonder ruggengraat is geworden. Een partij die het aan politieke moed ontbreekt.

Maar, weet u eigenlijk wel hoe de langdurig zieken zich zélf voelen? Uitgesloten en gestraft!
  • chronische pijn die hen dwingt om minder te werken en op termijn zelfs helemaal te moeten stoppen, waardoor ze zich uitgesloten voelen,
  • ze kunnen op weinig of geen begrip rekenen van hun collegae en oversten, waardoor ze professioneel steeds verder in het veromhoekje geraken en – ten onrechte – afgeschilderd worden als profiteurs,
  • minder werken betekent minder verdienen en dus worden langdurig zieken ook financieel 'gestraft'.

En nu wil u hen nog 'aanpakken', lees: snoeien in de tussenkomsten vanuit de sociale zekerheid. Met andere woorden: u wil hen van overheidswege stigmatiseren.

Waar is het humane liberalisme gebleven in uw discours? De vrijheid en gelijkheid die we zo hoog in het vaandel voeren? Waar is onze sociale ingesteldheid gebleven, die ons moreel verplicht om zorg te dragen voor hen die – om welke reden ook – niet meekunnen in de maatschappij?
Laten we al die mensen als een blok vallen?

Het gat in de begroting is geen doel dat de middelen heiligt, laat dat duidelijk zijn. En de maatschappij is geen onderneming die winst moet maken. Tenzij die winst ligt in het feit dat we met zijn allen zorg dragen voor iedereen. Zonder uitzondering, zonder vooroordeel.

Uw standpunt doet me pijn. Als overtuigde liberaal. Als verantwoordelijke burger van dit land. Als sociaal voelend mens.

zondag 3 mei 2015

Over pers- en andere vrijheden



'Onze coalitiepartner was behoorlijk ontstemd over jouw artikel.'
'Maar, het klopt toch allemaal wat ik geschreven heb, inclusief hun niet zo faire houding?'

'Ja.'
'Dan hebben zij een probleem, niet ik.'

Dit is een ogenschijnlijk onschuldig akkefietje, intussen al flink wat jaren geleden. Maar het is me altijd bijgebleven. Verslaggevers brengen nieuws en dat is in wezen altijd objectief: feiten zijn feiten. Ook al zijn deze lang niet altijd wat bepaalde mensen de buitenwereld willen doen geloven. Met andere woorden: ze willen het nieuws naar eigen believen inkleuren.

Geen wonder dat bij staatsgrepen eerst de televisiezenders bezet worden en daarna de belangrijkste mediagroepen, vooral als ze de machtshebbers kritisch gezind zijn. Zij mogen enkel en alleen nog het nieuws met de 'juiste kleur' brengen. Een kwestie van een tegen allen. Maar het kan ook veel subtieler: publicatieverbod, recht van antwoord, rechtzetting. Met als enig doel: de waarheid verdraaien of minstens voor de buitenwereld verborgen houden.

Maar de waarheid eist hoedanook altijd zijn rechten op. En de 'pers' is de behoeder bij uitstek van die rechten. Vandaar dat persvrijheid inderdaad absoluut moet zijn: niets of niemand mag verhinderen dat de waarheid bekend gemaakt wordt. Deontologie en respect zijn de hoekstenen die er voor zorgen dat de journalist zijn werk naar behoren doet, dat mag dus geen excuus zijn om in naam van de 'vrije meningsuiting' de persvrijheid te beknotten.

We zien het tegenwoordig wel weer vaker: misnoegde machthebbers die er alles aan doen om het nieuws naar hun hand te zetten en daar zelfs heel ver in gaan. Té ver, helaas. Elk jaar sterven er journalisten omdat ze hun werk doen. Omdat ze koste wat kost bij hun overtuiging blijven dat u en ik recht hebben op objectieve verslaggeving van wat er in de wereld gebeurt. We hebben recht op waarheid, ook al vindt niet iedereen die even leuk of dient ze zijn of haar belangen niet.

We moeten voor dit heilige principe blijven vechten.Want: zelfs als de waarheid kwetst, het blijft de waarheid.
Aux plumes, citoyens!

donderdag 16 april 2015

Midlife?



1 december 2013. Zo lang is het geleden dat ik nog een blogje gepost heb. Dat zegt veel, zo niet alles over mezelf: ik worstel met zowat alles, vooral met mezelf. Neen, ik heb geen depressie, ik zit niet aan de pillen en zuip geen liters alcohol om de dingen te vergeten. Integendeel, ik wil net niets vergeten.
Maar de lijstjes, de post-its, de mails aan mezelf herinneren me er pijnlijk aan dat ik veel te veel dingen voor me uit blijf schuiven. 'Maar dat zal wel overwaaien,' zeg ik dan tegen mezelf.
Alleen: wanneer?

Voor een midlife-crisis ben ik te oud. Dat zou immers betekenen dat ik 110 word en dat lijkt me niet meteen een goed idee: ofwel ben ik zodanig hulpbehoevend maar besef ik het niet en bezorg zo hen die voor me zorgen alleen maar last, ofwel besef ik het net wel en bezorg ik hen zo mogelijk nog meer last.
Een late puberteit, dan maar? Mannen blijven immers toch hun hele leven lang kinderen?

Ik kijk opnieuw naar het lijstje voor me: het wordt nu echt wel (te) lang. En de tijd tikt onverbiddelijk. Het zou zonde zijn, hoor ik je zeggen...

zondag 1 december 2013

Wie niet mee is, is gezien...


Paul Walker is dood. RIP Paul Walker. O my God, Paul Walker is verongelukt!... Ik knipperde met de ogen, wreef me verveeld over de stoppelige kin en moest tot mijn schande bekennen: 'wie is in godsnaam Paul Walker?'


Blijkbaar moet ik de voorbije decennia op Pluto geleefd hebben, want Walker bleek een bekend acteur te zijn. Heel Facebook  bleek overspoeld door een tsunami van ontzette berichten, al dan niet gemeende blijken van medeleven en andere vormen van kuddegeest.

Zo hoort het immers tegenwoordig: als je er bij wil horen, moet je een FB-account hebben, of een Twitter, en liefst nog beide. Wie geen smartphone en een mailadres heeft, wordt bekeken met de blik van: 'Neanderthalers waren toch uitgestorven?' De hedendaagse maatschappij leeft fast en furious op het ritme van de communicatietechnologie. Nieuws moet binnen de kortste keren de andere kant van de wereld bereiken, primeurs zijn tonnen geld waard, ook al nemen ze een loopje met de waarheid omdat checken en dubbelchecken tijdverlies en dus geldverlies zijn.

Wiens fout is dat, denkt u? Neen, niet die van de nieuwsmakers die mekaar de loef willen afsteken. Niet die van de de uitgevers en eigenaars van radio- en televisiestations die hiermee slapend rijk worden. Het is de fout van mensen zoals u en ik, die op het nieuws zitten te wachten, met een mengeling van gezonde nieuwsgierigheid en ongezonde sensatiezucht. We zijn allemaal een beetje voyeur (zolang ze maar niet bij onszelf binnen kijken!) en kijken reikhalzend uit naar wat er gebeurt in de wereld.

Reclamejongens buiten dit handig uit. Bekende Vlamingen, Hollywoodsterren en alle andere 'mediafiguren' leven immers enkel en alleen maar bij de gratie van de snelheid en intensiteit waarop we al dat nieuws klakkeloos slikken. We stellen ons er niet eens meer vragen bij, alsof het zo moet.

Het maakt van ons echter een kudde. Een domme leeghoofdige kudde, die geen eigen visie meer heeft, die geen oordeel meer heeft over wat er in de wereld gebeurt. Een saaie kudde, die allemaal hetzelfde wil, denkt en doet. En zo wordt onze kleurrijke wereld alsmaar grijzer. We worden allemaal papegaaien, ieder in zijn eigen kooi...
En de paradox van deze evolutie is zo mogelijk nog betreurenswaardiger: we 'kennen' onze tegenvoeters aan de andere kant van de wereld en voeren er urenlange gesprekken mee, maar we weten niet hoe de stem van onze overbuur klinkt.


donderdag 7 november 2013

volg me op Bloglovin'

<a href="http://www.bloglovin.com/blog/11210071/?claim=wmek3zaz2ef">Follow my blog with Bloglovin</a>

zondag 6 oktober 2013

Schrijven...

Een zegen? Een straf?

Er zijn weinig dingen waar ik echt goed in ben, maar - zonder te willen opscheppen - schrijven kan ik wel goed. Of doorgaans toch beter dan de gemiddelde medemens. Het is altijd al een passie geweest: mijn leeftijdsgenoten gingen voetballen, ik pende ganse schriftjes vol. Die ik dan veilig verborg in de laden van mijn werktafel, of onderin een kast. 

Waarom schrijf je dan, hoor ik je vragen? Tja, het is voor een stuk bevrijding, dingen op papier zetten die ik niet gezegd krijg. Een moeizame poging om met de buitenwereld contact te houden, terwijl het al pratend allemaal veel gemakkelijker zou gaan. Het enige gesprek-dat-er-echt-toe-deed met mijn mama was bijvoorbeeld een monoloog: een brief van verscheidene bladzijden die ik onder haar hoofdkussen had verstopt. We hebben het nooit meer over die brief gehad: mama zweeg en ik durfde niet vragen wat ze er van vond. Zwijgen is goedkeuren, was mijn troost. Die bevrijding, me beter voelen nu ik het van me af geschreven had, dat klopt dus niet.

En toch kan ik het niet laten: spelen met woorden en zinnen, ik doe het graag! Lang nadenken moet ik niet en eens de sluizen open is de woordenvloed nauwelijks nog te stoppen. Maar, als het geen bevrijding is, wat dan wel? Met het ouder worden heb ik toch een deel van mijn bedeesdheid overwonnen. Niet alles wat ik schrijf belandt automatisch onderin de kast.

Schrijven krijgt zo voor een stuk een andere dimensie: het is een roep om aandacht geworden. Elke letter, elk woord vraagt als het ware: lees mij! Het is een roep om goedkeuring geworden: zeg dat het goed is of, bij uitbreiding, vind me goed. Het onzekere ik in mij heeft na al die jaren nog altijd die vorm van bevestiging nodig. 
'Nooit gedacht een boek te schrijven?' Jazeker. Maar eerst wist ik niet hoe, dan niet waarom en uiteindelijk niet of het wel de moeite zou lonen: wie zou er immers mijn verhaal willen lezen, mocht het er ooit komen? En dus heb ik die gedachte jarenlang in de diepvriezer van mijn onderbewustzijn weggestopt. Tot voor kort.

Nu is mijn verhaal af en heb ik de stap gezet en het aan een handvol mensen laten lezen. Dat is een overwinning op mezelf. Ik zou fier moeten zijn, maar toch ben ik bang: wat als mijn lezers zeggen dat ze het niet goed vinden? Berg ik het verhaal op, berg ik mijn droom op en kortwiek ik mezelf voor eens en voor altijd?